In oude waarnemingen van NASA’s Chandra-röntgentelescoop is een tot nu toe grotendeels gemiste groep extreem energierijke objecten gevonden. Onderzoekers identificeerden 84 zogenoemde hypersofte röntgenbronnen in zes sterrenstelsels. Ze zenden vooral zeer zachte, laagenergetische röntgenstraling uit en waarschijnlijk nog veel meer extreem ultraviolet licht.
Uitgelichte afbeelding: spiraalstelsel M101 met Chandra-röntgengegevens in paars en optische Hubble-waarnemingen in rood, groen en blauw. Credit: X-ray NASA/CXC/University of Alabama/M. Muhibullah et al.; Optical NASA/ESA/STScI; verwerking NASA/CXC/SAO/N. Wolk. Bron en toelichting.
Wat heeft Chandra gemeten?
Het team doorzocht openbare Chandra-archiefgegevens van zes nabije sterrenstelsels: de spiraalstelsels M31 en M101 en vier elliptische stelsels. Daarin vonden de onderzoekers 84 puntvormige bronnen buiten de galactische kernen. Ze waren hoofdzakelijk of uitsluitend zichtbaar bij röntgenenergieën onder 0,3 kilo-elektronvolt.
De helderste voorbeelden produceren in die smalle röntgenband ongeveer 1038 erg per seconde. Modellen wijzen erop dat hun totale energieproductie nog groter kan zijn, maar dat het grootste deel daarvan als extreem ultraviolet licht wordt uitgezonden. Dat licht bereikt ons nauwelijks, omdat waterstof en helium het onderweg sterk absorberen.
Waarom zijn ze zo lang verborgen gebleven?
De bronnen liggen in een lastig waarneembaar grensgebied van het elektromagnetische spectrum. Ze zijn koeler dan de meeste bekende röntgendubbelsterren en pieken waarschijnlijk in het extreem ultraviolet. Juist daar hebben telescopen een grote blinde vlek: de straling wordt gemakkelijk tegengehouden door gas tussen de sterren en ook door de atmosfeer van de aarde.
Chandra kon een deel van de straling toch registreren dankzij langdurige waarnemingen in zijn zachtste röntgenband. Door de archiefbeelden opnieuw en specifiek op die lage energieën te onderzoeken, werd de verborgen populatie zichtbaar.
Wat zijn deze objecten?
Dat is nog niet rechtstreeks vastgesteld. De onderzoekers stellen voor dat het verschillende soorten dubbelsters kunnen zijn waarin een compact object materie van een begeleidende ster aantrekt. Dat compacte object kan een witte dwerg, neutronenster of zwart gat zijn. De invallende materie wordt heet en zendt straling uit.
Dit is dus de huidige wetenschappelijke interpretatie, niet een definitieve identificatie van ieder object. Vervolgwaarnemingen moeten uitwijzen hoeveel verschillende fysieke systemen onder de naam ‘hypersofte röntgenbron’ vallen.
Twee mogelijke kosmische aanwijzingen
Sommige systemen met een witte dwerg zouden voorlopers kunnen zijn van type-Ia-supernova’s. Astronomen gebruiken zulke supernova’s om kosmische afstanden en de versnelde uitdijing van het heelal te meten, maar welke dubbelsters precies tot zo’n explosie leiden is nog niet volledig opgehelderd.
Daarnaast kan het krachtige ultraviolette licht van de hypersofte bronnen gas in sterrenstelsels ioniseren: fotonen slaan dan elektronen los van atomen. Tot nu toe konden bekende hete sterren niet in alle sterrenstelsels de benodigde ioniserende energie verklaren. De nieuw gevonden bronnen zouden een deel van die ontbrekende bijdrage kunnen leveren.
Ontdekking, maar nog geen afgerond verhaal
De publicatie toont overtuigend aan dat deze uitzonderlijk zachte bronnen bestaan en dat eerdere onderzoeken er veel hebben gemist. Hun precieze aard en hun aandeel in supernova’s en galactische ionisatie blijven echter onderzoeksvragen. Juist dat maakt de vondst interessant: een oud gegevensarchief heeft een nieuw venster op het heelal geopend.
Bronnen
- NASA/Chandra — NASA’s Chandra Unveils Mysterious X-Ray Objects, 9 september 2026.
- Muhibullah, Irwin & Di Stefano — Hypersoft X-ray sources as a low-energy class of luminous cosmic emitter, Nature Astronomy, 9 september 2026.
- Chandra X-ray Center — M101, beeldgegevens en volledige credit.
- Chandra Public Permissions & Usage.
