-
Met zelfgeslepen lenzen ontdekte Christiaan Huygens Titan en doorgrondde hij de ringen van Saturnus. Ook zijn werk aan tijd en licht bleef eeuwenlang invloedrijk.
-
Euclid is ontworpen voor het verre heelal, maar ontdekte onverwacht een nieuwe komeet in ons eigen zonnestelsel: C/2026 S1.
-
Arthur Eddington hielp ons het binnenste van sterren begrijpen en maakte Einsteins relativiteit wereldberoemd. Zijn carrière laat ook zien dat grote wetenschappers ongelijk kunnen hebben.
-
ALMA ziet ringen, openingen en holtes in enkele van de kleinste planeetvormende schijven. Wat glad leek, blijkt vooral te klein te zijn geweest om goed te zien.
-
Webb heeft het kleine gaststelsel gevonden van FRB 20240304B, de verste snelle radioflits met een bevestigde herkomst. De vondst wijst richting jonge magnetars.
-
Chandrasekhar berekende waarom een witte dwerg niet onbeperkt zwaar kan worden. Zijn massalimiet werd onmisbaar voor ons begrip van supernova’s, neutronensterren en zwarte gaten.
-
Jan Oort onthulde de draaiing van de Melkweg, voorspelde de verre Oortwolk en legde mee de basis voor de Nederlandse radioastronomie.
-
Chandra-archiefgegevens onthullen 84 extreem zachte röntgenbronnen in zes sterrenstelsels. Mogelijk zijn het verborgen dubbelsters die twee kosmische raadsels helpen verklaren.
-
Jocelyn Bell Burnell herkende in 1967 het radiosignaal van de eerste pulsar. Haar ontdekking opende een nieuw venster op neutronensterren en extreme zwaartekracht.
-
Ster S301 bereikt bij Sagittarius A* ongeveer 25.000 kilometer per seconde. Haar nauwe baan kan astronomen mogelijk voor het eerst de draaiing van het zwarte gat laten meten.









